Recurve handboog
Een recurve-handboog is een tijdloos instrument wat enorm leuk is om onder de knie te leren krijgen. Wil je meer weten over wat een recurve-handboog is? Lees meer
Wat is een recurve handboog?
Een recurve-handboog is een pijl-en-boog waarvan de werparmen aan de uiteinden naar de tegengestelde richting (weg van de boogschutter) zijn ‘gekromd’. Vandaar dus de naam ‘re-curve’ handboog. Dit is anders vergeleken met een traditionele boog, zoals de longbow, waarvan de werparmen geen extra krommingen hebben. De ‘re-curve’ van de werparmen bepaalt in die zin dus het karakteristieke ontwerp van de recurve-handboog, en is – ondanks de ongeëvenaarde effectiviteit van kruisbogen en de introductie van de technologisch geavanceerde compoundbogen – nog altijd zeer populair en geliefd.
Het verleden van de recurve-handboog: een zeer effectief wapen
De traditionele pijl-en-boog, zonder de recurve-werparmen, dateert al van zeker tienduizend jaar geleden. Ondanks dat de ontwikkeling naar recurve-handbogen vele duizenden jaren op zich heeft laten wachten, is deze soort handboog toch ook al bijna 3000 jaar in gebruik. Oorspronkelijk werden de recurve-handbogen, net als de traditionele bogen, gebruikt als jachtwapens en wapens die ingezet werden bij oorlogen.
Het grote voordeel van de recurve-handboog is zijn compactheid ten opzichte van traditionele handbogen, zonder in te hoeven boeten op kracht en snelheid. Met andere woorden, de effectiviteit op het gebied van kracht van een recurve-handboog is superieur tegenover traditionele pijl-en-bogen. Dit is te verklaren door de extra voorspanning bij recurvebogen, die het gevolg is van de speciaal gevormde werparmen die aan de uiteinden gebogen zijn in tegengestelde richting. Hierdoor kunnen de latten bij het aanspannen van de pees dieper buigen, waardoor ze met meer kracht terugspringen bij het loslaten van de pees, hetgeen dus ook meer energie overbrengt op de pijl.
Tegenwoordig heeft de recurve-handboog zijn originele functie van jacht- en oorlogswapen grotendeels verloren – alhoewel er in verschillende situaties nog steeds wordt gejaagd met een recurve-handboog. Desalniettemin zijn er verschillende moderne sportdisciplines ontstaan uit de lange geschiedenis van het boogschieten met recurve-handbogen – en ook hobby-boogschutters blijven genieten van en zichzelf uitdagen met het gebruik van één van ’s werelds oudste instrumenten dat de recurve-handboog is. In 1972 is recurve-boogschieten bovendien definitief opgenomen als onderdeel op de Olympische Spelen.
De moderne recurve-handboog: ontwerp en materiaal
Gedurende de 20e eeuw is er dan ook het één en ander veranderd met betrekking tot de recurve-handboog en zijn ontwerp. Allereerst het materiaal van de handboog. Dit bestond altijd uit natuurlijke producten, zoals hout (voor het middenstuk en de werparmen) en plantaardige vezels (hennep, vlas, etc.) of dierlijke producten (darm, pees, paardenhaar, etc.) voor de pees. In de recente geschiedenis veranderde dit langzaam maar zeker naar duurzame en flexibele synthetische materialen. Met de hoogwaardige materialen en geavanceerde productietechnieken die vandaag de dag beschikbaar zijn, kunnen recurve-handbogen van ongelofelijke kwaliteit en effectiviteit gebouwd worden.
Tegenwoordig bestaan recurve-handbogen niet altijd meer uit één deel (zonder de pees mee te rekenen). Met name een wedstrijd-recurve-handboog en competitief gebruikte bogen, bestaan vaak uit drie los te halen onderdelen: een middenstuk en twee werparmen. Hierdoor zijn deze handbogen nog makkelijker te vervoeren en op te bergen.
Welke onderdelen heeft een recurve-handboog?
Ondanks dat er verschillen zijn tussen recurve-handbogen, hebben ze wel allemaal de volgende onderdelen:
- Middenstuk: dit is de basis van de boog, met hierop ook de handgreep en de oplegger, het gedeelte waar de pijl op rust
- Werparmen: een aan de bovenkant en een aan de onderkant. De werparmen slaan de meeste potentiële energie op
- Pees: het onderdeel dat de uiteinden van de werparmen met elkaar verbindt en dat de pijl zijn kinetische energie geeft
- Nokpunt: bevindt zich op de pees en is het punt waaronder de pijl met zijn nok wordt ‘vastgeklikt’
Richten: wel of geen vizier op een recurve boog?
Het zuiver richten met een recurve-handboog is iets wat je zeker niet na één keer proberen al onder de knie zult hebben. Dit vergt een hoop oefening en geduld, waarbij je vorm en hand-oogcoördinatie essentiële pijlers zijn. Competitieve boogschutters maken vaak gebruik van een wedstrijd-recurveboog die voorzien is van een vizier. Dit zie je bijvoorbeeld terug bij de Olympische boogschutters. Een dergelijk vizier stelt de boogschutter in staat om extreem nauwkeurig te richten op doelen die ver weg zijn (70 meter bij de Olympische boogschietdiscipline). Het doel is hierbij om het blazoen precies in het middelpunt te treffen met de pijl, wat zelfs al met gebruik van een vizier behoorlijk lastig is.
Uiteraard kun je er ook voor kiezen om een recurve-handboog te gebruiken op de traditionele manier, zonder verdere hulpmiddelen als een vizier. Zo blijf je toch het dichtst bij de essentie van het boogschieten. Er bestaan meerdere eeuwenoude manieren om een pijl op het beoogde mikpunt te doen laten belanden. Instinctief schieten is een techniek waarbij je volledig vertrouwt op je instinct om de afstand te beoordelen en de pijl hiermee in overeenstemming te schieten, zonder dus expliciet te richten. Dit is een techniek die lastig is om onder de knie te krijgen en een hoop spiergeheugen vergt. Het geeft natuurlijk – als je instinctief schieten eenmaal onder de knie hebt – wel een machtig gevoel van vrijheid.
Gap Shooting is een andere veelgebruikte richtmethode, waarbij je gebruik maakt van de afstand (gap) tussen je richtpunt en het punt van inslag, op verschillende schietafstanden. De ‘gap’ is afhankelijk van een aantal factoren, zoals het trekgewicht van de boog en natuurlijk de schietafstand. Door een aantal pijlen te schieten vanaf een bepaalde afstand en te analyseren hoeveel de gemaakte groep afwijkt van het richtpunt (de plek waarop de punt van de pijl gericht is vlak voor het schieten), kun je ‘jouw’ gap vinden op die afstand. Zo kun je bij de volgende schoten het richtpunt hierop corrigeren, zodat de pijlen het gewenste punt van inslag treffen.
Een andere bekende manier om consistente accuratesse op verschillende afstanden te verkrijgen met een recurve-handboog, is middels ‘string walking’. Dit is een methode waarbij je je vingers omhoog of omlaag over de pees laat lopen, afhankelijk van de afstand waarop je schiet. Je begint eerst met het bepalen van de afstand waarop je het doel raakt door er precies op te richten. Wanneer je deze afstand weet, kun je je vingers over de pees laten lopen bij afwijkende afstanden. Als het doel dichterbij is, beweeg je vingers dan omlaag, en als het doel verder weg is, beweeg je je vingers omhoog. Deze methode vergt net als de bovengenoemde ook veel oefening en analyse.
Hoe kies ik de juiste recurve-handboog?
Je bent natuurlijk niet voor niks op deze pagina over recurve-handbogen terechtgekomen en wilt waarschijnlijk ook weten hoe je jouw ideale boog kunt kiezen. Afgezien van of je links- of rechtshandig wilt schieten, zijn er met name twee belangrijke variabelen die in grote mate bepalen welke recurve-handboog voor jou het meest geschikt is: (1) treklengte en (2) trekgewicht. Met andere woorden zijn dit (1) de afstand die de schutter de pees naar achteren trekt bij een schot, uitgedrukt in inches, en (2) de hoeveelheid kracht die nodig is om de pees volledig naar achter te trekken, uitgedrukt in pounds (lbs). Voor een uitgebreidere uitleg over hoe je tot deze waarden kunt komen, verwijzen we graag naar de algemene blogtekst over handbogen op onze website.
Wat we hierbij wel alvast kunnen aantekenen, is dat hoe groter het trekgewicht is, hoe krachtiger de boog, maar ook hoe zwaarder – en dus moeilijker – hij is om (langdurig) te gebruiken. Laat je dus zeker niet alleen leiden door de hoge kracht die een recurve-handboog heeft, want uiteindelijk is boogschieten een kwestie van precisie, en niet van kracht (alhoewel kracht natuurlijk wel voordelen biedt). Zeker als je echt goed wilt worden, en dus regelmatig (misschien zelfs dagelijks) gaat oefenen, is het essentieel dat je je handboog comfortabel kunt gebruiken tijdens langere sessies, om zo de juiste vorm aan te leren. Dan kun je later altijd nog kiezen voor een krachtigere recurveboog met een zwaarder trekgewicht.
Advies van Krale over recurve handbogen
Voor verdere vragen over het uitkiezen van een recurve-handboog kun je altijd even contact met ons opnemen, zowel online als telefonisch, maar natuurlijk ook in onze winkel in Staphorst. We helpen je graag!














